Ann Petry – De straat

Ik was even stil toen ik deze schokkende roman uitgelezen had. De woede en frustratie van de knappe, intelligente Lutie Johnson spatten van de pagina. Lutie verlaat haar overspelige, werkeloze man en gaat met haar zoontje Bub wonen in een krot van een flat aan 116th street in Harlem, New York. De armoede, het verval van de huizen in de straat en de loerende ogen van mannen, waaronder de enge huisbaas en een witte bareigenaar, kalven langzaam maar zeker haar initiële optimisme en hoop om een onafhankelijk, beter leven te leiden af. Je ziet het voor je ogen gebeuren.
Toch is Lutie een bewonderenswaardige vrouw die niet over zich heen laat lopen, er is nog hoop voor haar.
Deze roman is zó overtuigend geschreven, met griezelig realistische personages. Al in 1946 gepubliceerd, was het de eerste Afro-Amerikaanse roman met een werkende alleenstaande moeder als hoofdpersoon. In deze tijd van Black Lives Matter is het thema helaas nog steeds actueel. Het liet mij in ieder geval als geen andere roman zien waar racisme, armoede en uitzichtloosheid toe kunnen leiden. Misschien verplichte kost op scholen in het vak maatschappijleer?

Lutie haastte zich door de straat, wierp een vluchtige blik op de mannen en daarna op de vrouwen die haar van 8th Avenue tegemoetkwamen. De vrouwen bewogen traag. Hun schouders kromden zich onder het gewicht van hun zware boodschappentassen. En ze dacht: Dat is wat eraan scheelt. We hebben niet genoeg tijd of genoeg geld om als andere mensen te leven omdat de vrouwen zich afbeulen en de mannen werkeloos toezien.
Ze haalde geërgerd haar schouders op. Voor hetzelfde geld was zij op haar vijftigste ook een slons die haar schoenen scheefliep omdat haar voeten zo’n pijn deden; die haar nette kleren alleen droeg als ze op zondag naar de kerk ging en de rest van de week liep te sloven in andermans keuken.
Zo kon het lopen. Ware het niet dat ze zich een stukje leven zou toe-eigenen. Ze was nu al zover gekomen, arm, zwart en uitgesloten alsof er een deur in haar gezicht was dichtgesmeten. Nou, ze zou hem met geweld opengooien. Ze zou bonzen, bonken en beuken en een beitel gebruiken om hem open te krijgen.

Citaat pagina 185-186, vertaler Lisette Graswinckel

Iets soortgelijks?

Gloria Naylor – De vrouwen van Brewster Place
Toni Morrison – God sta het kind bij
James Baldwin – Als Beale Street kon praten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s