Ben Smith – Doggerland

Een van de mooiste boeken die ik op de valreep van vorig jaar las.
Een toekomstroman die zich afspeelt op de Doggersbank in de Noordzee in een onbekende tijd.

Twee mannen: Jem, de jongen die geen jongen meer is en Greil, de oude man, die nog niet echt oud is, voeren een ongelijke hopeloze strijd om een enorm windmolenpark aan de praat te houden.

De suggestie is dat alles in handen is van Het Bedrijf, een Chinese grootmacht die de wereld heeft overgenomen. Dat gaat van schoeisel en kleding, van gereedschap en werk tot levens toe. Een soort 1984 dus.
Jem heeft de plek van zijn al lang verdwenen vader moeten innemen op het substation. Het vasteland bestaat alleen in zijn herinnering. Door de hopeloze situatie verzint hij een plan om, net als zijn vader, te ontsnappen- maar wat en hoe?
Een toegankelijk boek. Spannend tot de laatste regel. In plastische stijl beschrijft het de gevolgen van de klimaatproblematiek. Iedere klimaatontkenner zou dit moeten lezen volgens mij.

Dagen, maanden en seizoenen dreven voorbij, ongebreideld en eenvormig tussen de zeedrift. Soms was het kouder en stormde het, soms stuwde een springtij het water op tot aan het platform. Maar het was altijd koud, en de wind blies altijd. Het was nu lente, volgens de computer van het substation. Hij keek op zijn horloge; dat gaf nog altijd kwart over vijf aan. Hij stopte het weg en maakte de laars voorzichtig los van de haak. Toen kwam hij overeind en ging op het platform zitten, trok zijn knieën op en hield de laars voor zich. Die kon overal vandaan komen. Zelfs van dit wind-molenpark. Hij kon verloren zijn en vastgezeten hebben in een van de ringstromen van de velden, die alles wat dreef vingen en niet meer lieten gaan. De laars kon al jarenlang rond de windmolens, rond het substation hebben gedobberd.
De laars had dezelfde maat als de zijne. De drager moest zijn lengte, zijn bouw hebben gehad. De wind zwol aan en de huid op zijn rug verstrakte. Stel nou dat…? Maar hij stond niet toe dat hij deze gedachte afmaakte. Het had geen zin daar weer over na te denken.
Hij hield de laars boven de zee. Als hij hem losliet zou hij binnen een minuut zijn verdwenen. Over een dag kon de laars weg zijn uit het windmolenpark. Over een paar weken kon hij aanspoelen op de kust, of hij dreef verder, naar het noorden, naar de andere kant van de Noordpool.
Of misschien ging de laars wel nergens heen. Misschien zou hij rond blijven dobberen op de velden. Misschien zou de jongen op een dag zijn touw ophalen en zou de laars weer aan zijn haak zitten; nog verder gescheurd, nog meer verbleekt, maar nog altijd dezelfde laars. En dan zou hij hem ophalen, van de haak halen en dezelfde gedachten hebben, dezelfde vragen stellen. En die zouden nog altijd stom zijn. En hij zou nog altijd tegen een laars praten.

Citaat pagina 11-12, vertaler Kees Mollema

Iets soortgelijks?

Cormac McCarthy – De weg
Cyan Jones – De lange droogte
Julia Blackburn – Het lied van de tijd: Op zoek naar Doggerland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s