Naomi Novik – Ontworteld – Zilvergaren

novik

Ik lees af en toe graag romans in het Fantasy-genre. Waarschijnlijk vanwege mijn vroegere liefde voor sprookjes en latere voorkeur voor vooral Keltische mythen en sagen. Dat laatste zit gelukkig vaak in de zogenaamde ‘High Fantasy’, de meer traditionele soort. Maar in de loop der jaren ben ik wel veel kritischer geworden op welke ik lees.

Gelukkig waren daar deze romans van Naomi Novik die voldoen aan mijn eisen.
Haar romans Uprooted (Ontworteld) en Spinning Silver (Zilvergaren) zijn diep geworteld in de sprookjestraditie. Betoverde bossen, elven, tovenaars, een Winterkoning, dappere dorpsmeisjes: het zit er allemaal in. Er komen motieven uit Russische volkssprookjes langs: haar heldinnen heten Irina of Agnieszka. In Zilvergaren zitten bijvoorbeeld ook Joodse elementen en Oost-Europese motieven. Het heeft ook iets van Andersens Sneeuwkoningin, Perraults Doornroosje of Grimms Repelsteeltje. En ze leefden natuurlijk aan het eind nog lang en gelukkig na de monsters te hebben overwonnen. Maar Novik geeft er gelukkig een heel eigen draai aan.

Als Ursula LeGuin van je roman zegt dat het ‘levendig en geloofwaardig is’ en Robin Hobb -en dat zijn niet de minsten- memoreert dat het ‘betoverend’ is, dan mag je aannemen dat het boeken zijn die je als Fantasy-fan graag leest. Ik vond Ontworteld levendiger van stijl dan Zilvergaren, dat verhaal verloopt trager.
Ik hoop op meer van dit soort romans van Novik, ik heb ze met veel plezier gelezen.

Er was geen geluid te horen, niet van de geiten, niet eens van het varken. Het was een donkere nacht.
Vroeg of laat moest ik toch bij het hek of de weg komen, dacht ik. Ik liep verder, met mijn handen naar voren gestoken om het hek te pakken, maar daar kwam ik niet. Het was zo donker en eerst werd ik bang, toen kreeg ik het alleen maar koud en daarna werd ik slaperig. Mijn tenen waren gevoelloos geworden en de sneeuw drong in de openingen van mijn geweven schoenen.
Toen zag ik licht voor me uit en daar liep ik naartoe. Ik kwam bij de witte boom. Zijn takken waren smal en alle witte blaadjes zaten er nog aan, ook al was het winter. De wind blies ertegen, wat een geluid maakte alsof er iemand fluisterde, heel zacht, zodat je het niet kon verstaan. Aan de andere kant van de boom was een brede weg, zo glad als ijs, en hij glansde. Het was de weg van de Staryk, dat wist ik. Maar hij was zo mooi en ik had nog steeds dat vreemde, koude en slaperige gevoel. Ik kon me niet herinneren dat ik er bang voor moest zijn en ik ging erheen om erop te lopen. De graven lagen op een rij onder de boom. Op elk ervan lag een platte steen. Mama had ze voor de anderen uit de rivier gehaald. En ik had er een voor haar gehaald, en voor de laatste baby. Die van hen waren kleiner dan de andere, omdat ik nog niet zulke grote stenen kon dragen als mama. Toen ik over de stenen heen stapte om op de weg te komen, sloeg een tak van de boom me op mijn schouders en viel ik hard op de grond. Alle adem was uit me geslagen. De wind blies door de witte blaadjes en ik hoorde ze zeggen: Ren naar huis, Wanda! Toen was ik niet meer slaperig en ik was zó bang, dat ik opstond en het hele eind terug naar huis rende. Ik kon het al van verre zien omdat de lantaarn nog steeds voor het raam stond. Pa lag al in bed te snurken.

Citaat hoofdstuk 2 Zilvergaren, vertaler Gerda Wolfswinkel

Iets soortgelijks?

Katherine Arden – De beer en de nachtegaal

Juliet Marillier – Zevenwateren trilogie

Holly Black – De wrede prins

V.E. Schwab – De schemering trilogie

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s