Gita Mehta – Raj

IMG_9953

Dit vuistdikke epos nam me mee in de wereld van de Raj, de periode van de Engelse koloniale overheersing in de 19e eeuw tot de onafhankelijkheid van India. Aan de hand van het leven van Jaya, een Indiase prinses, werd ik meegevoerd door een sprookjesachtige omgeving. Dat het leven niet zo rooskleurig is voor armen en vrouwen, (al zijn deze rijk), werd me al spoedig duidelijk.
De mannen geven zich over aan feesten, Westerse vrouwen, polo en cricket. De echtgenotes leven afgezonderd in purdah, moeten zich aan allerlei regels houden en veel bidden voor het welzijn van hun mannen.
Jaya groeit op als een halve jongen tot haar twaalfde met Tikka, haar oudere broer. Dan wordt ze uitgehuwelijkt aan een nazaat van een oude familie. Haar huwelijksleven bestaat vooral uit het gehoorzamen aan haar Westers georiënteerde, promiscue man, die haar trouwde om haar bruidsschat. Langzaam maar zeker verovert Jaya een zekere machtspositie, maar pas na veel leed. Nadat ze binnen haar huwelijk regelmatig verkracht wordt door haar liefdeloze man schenkt ze het leven aan een zoon, Arjuna. Haar moeder wordt zonder een cent verstoten na de dood van haar man, en haar broer, de troonopvolger, sterft op het slagveld van de Eerste Wereldoorlog.
India geeft alles aan de Britten, en krijgt daar onderdrukking, armoede en vernedering voor terug. Geen wonder dat er opstanden ontstaan, en Ghandi de onafhankelijkheid preekt.

De auteur heeft een heldere, nuchtere schrijfstijl met mooie beschrijvingen van de pracht en praal van de Indiase elite. Ook weet ze de politieke intriges die spelen in de hogere regionen van de koloniale overheersing en de maharadja’s duidelijk te maken. Het is een complexe, maar zeer leesbare roman. Mij is veel duidelijk geworden over het ontstaan van de moderne staat India.

De priesters haastten zich naar het altaar en drukten hun zilveren schalen tegen de open aderen van de ram.
‘Heil de godin! Heil de maharadja!’ werd er geroepen.
Een priester kwam achter de mousselinen gordijnen met een schaal bloed. De maharani smeerde de warme vloeistof eerst op haar eigen voorhoofd en toen op dat van Jaya. Jaya voelde hoe het bloed stolde op haar huid als op een wond en ze keek naar de priesters die op de binnenplaats van de tempel belegerd werden. Overal spatte bloed. De mensen vochten om hun handen in het bloed van het offerdier te steken.
‘Het is allemaal goed, maharani-sahib. De maharadja heeft het zwaard niet tweemaal geheven, fluisterde Kuki-bai.
‘Het offer is niet met één enkele houw volbracht.’ herhaalde de maharani als een bezwering. ‘Daarom is het offer onheilig.’
Jai Singh liep terug naar de tempel, van het zwaard in zijn rechterhand druppelde bloed op de stenen. Jaya werd bang van de vermoeidheid op haar vaders gezicht.
Haar angst verdubbelde toen ze haar moeder hoorde zeggen: ‘De maharadja weet dat het offer onheilig was. Er zal ongeluk komen over het huis.’
Zodra de stoet in het fort was teruggekeerd, rende Jaya naar Tikka om hem de voorspelling van de maharani te vertellen.
‘Bijgelovige nonsens,’ zei Tikka geërgerd. ‘Ik begrijp niet waarom bappa nog altijd dat offer brengt. Weet hij niet dat we in de twintigste eeuw leven?’

Citaat pagina 114 -115, vertaler Josje Pollmann

Iets soortgelijks?

Amitav Ghosh – Zee van papaver

Gurinder Chadha, regisseur – Viceroy’s House – film

Met dank aan Inge Speelman uit Hoogeveen, die me het boek uit haar eigen collectie toestuurde.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s