Iain Pears – Arcadia

IMG_0030

Tijdreizen in boeken zijn echt wel mijn ding. En dit is een fantastisch leuk en erudiet voorbeeld. Een snufje C.S. Lewis, gelukkig zonder pratende dieren, een beetje David Mitchell, Shakespeare, Robin Hood en koning Arthur. Meng dat met een mathematisch genie in de verre toekomst, een knappe politieagent en een megalomane oligarch en je hebt het zo ongeveer.
Wat Ian Pears doet met de ingrediënten is aan de ene kant filosofisch en complex, aan de andere kant leesbaar als een sprookje voor volwassenen. Toekomst- spionage- en historische roman in één.

In 1962 probeert Rosie, ’n niet op haar mondje gevallen puber, de kat van professor Lytton op te sporen. In de kelder staat een vreemd ijzeren prieel, daar achtergelaten door Angela, een mysterieuze vriendin van Lytton. Omdat Rosie vermoedt dat de kat erdoorheen is gegaan doet ze hetzelfde. Om vervolgens in een sprookjesachtige, Middeleeuws aandoende wereld terecht te komen.

In de verre toekomst heeft Angela Meereton een tijdmachine uitgevonden. De aarde is verschroeid en wetenschappers maken de dienst uit. Een van die regenten heeft duistere plannen vermoedt Angela, en ze verdwijnt daarom met al haar aantekeningen terug in de tijd. De ex-politieman Jack More gaat naar haar op zoek onder de ‘renegades’, de onaangepasten, waaronder Angela’s dochter Emily.
Dit is maar een heel beknopte weergave van het verhaal. Afwisselend stopt Pears er overpeinzingen over heden en verleden, tijd, en het belang van verhalen in.

She walked to the curtain, which smelled mildewed, and pulled it open to make sure Jenkins wasn’t skulking behind it. She let out a cry of alarm, her hands reflexively going up to her face to cover her eyes, turning away from the dazzling light that flooded into the dingy little room. Gradually, she opened her fingers so she could peer through them, letting her eyes accustom themselves to the sudden brightness. It was unbelievable. The pergola – in a drab, grim house, in a drab, grim street on a drab, grim day – gave a view not the damp stained wall beyond, but of open countryside bathed in brilliant light. Before her eyes were rolling hills, parched by the sun. She had seen such landscapes before, in the books she borrowed from the library. Mediterranean, or so it seemed to her. Dark trees which she thought might be olives, hills covered in scrub. In the distance a wide river of an extraordinary blue, reflecting the sun in a way which was almost hypnotic.
It was not a photograph – surely no photograph could be that good – because she could see movement, The sun on the water. Birds in the sky. And in the fields there were people. She stood open-mouthed. The sight was delicious, irresistible.

Citaat pagina 20

Iets soortgelijks?

David Mitchell – Tijdmeters

Kazuo Ishiguro – De verloren reus

Kazuo Ishiguro – Toen wij wezen waren

Felix J. Palma – De kaart van de tijd

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s