Marcelo Figueras – Het lied van leven en dood

IMG_6815

De tweede roman van de Argentijnse schrijver van ‘Kamtsjatka’ is een episch liefdesverhaal vol Marquez-achtige trekjes. Kleurrijke mensen bevolken een afgelegen dorp in Patagonië vlak na de dictatuur in 1984. Mevrouw Pachelbel die kinderen haat, doctor Dirigibus, haar tonronde bewonderaar en burgemeester Farfi die aan Tourette lijdt. Tijdens het plaatselijke Sever-feest waar alles omgekeerd is, vestigen zich er een moeder en dochter, Pat en Miranda. Hun herkomst is mysterieus en Miranda lijkt bovennatuurlijke gaven te hebben. Tegelijk met hen verschijnt Teo op het toneel, een man van reusachtige afmetingen, die zo zijn eigen reden heeft om te blijven hangen. Het verhaal is meeslepend geschreven met sterke humoristische dialogen en een vleug magisch realisme. Op bijzondere wijze vermengt de schrijver de beschrijving van de nasleep van de junta met een sprookje. Hij komt tot de conclusie dat de ene mens het lijden aan den lijve ondervindt terwijl de ander zijn kop in het zand steekt. Beiden komen hoe dan ook niet onder de gevolgen van de onderdrukking uit.

‘Ik heet Teo,’ antwoordde hij zonder aarzelen, waarna er een geroezemoes uit de nieuwsgierigen opsteeg. (Hij praat! De reus praat!) ‘De laatste keer dat ik heb gekeken was ik twee meter zevenentwintig. Mijn ouders zijn klein, of ja, normaal. Ik ben geboren in Buenos Aires, maar nu woon ik hier. Voor een tijdje althans.’
Het gerucht verspreidde zich als een lopend vuurtje. (Burgemeester Farfi was een van de eersten die het hoorde. Oldenburg was een persoonlijke vriend van hem en had zodra Teo de winkel uit was de telefoon gepakt om het hem te vertellen.) Diezelfde middag hoorde Miranda het op school: er was een reus in het dorp aangekomen!
Pat wees Teo de wc op de benedenverdieping toe, die ruimer was dan die bij de slaapkamer. Toch moest hij allerlei halsbrekende toeren uithalen als hij de deur op slot wilde draaien. En hij moest de spiegel op ooghoogte hangen om zijn baard te kunnen bijknippen zonder Van Gogh naar de kroon te steken.

Citaat pagina 93, vertaling Brigitte Coopmans

Iets soortgelijks?

Joanne Harris – Chocolat

Gabriel Garcia Marquez – Liefde in tijden van cholera

Louis De Bernières – Kapitein Corelli’s mandoline

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s